Avontuurlijk Reizen

Dit is waarom avonturiers naar Wadi Rum trekken

· 7 min leestijd

De rotsformaties van Wadi Rum staan tot tien keer zo hoog als een flatgebouw. Tussen die kolossale rode zandsteen rijdt een Bedoeïen in een oude Land Cruiser over een spoor dat nauwelijks een spoor heet - meer een richting in het zand. Boven je hoofd: een lucht die 's nachts zo helder is dat je de Melkweg met het blote oog ziet als een melkwitte band over de hele hemel. Wadi Rum, het Dal van de Maan in het zuiden van Jordanië, was jarenlang een open geheim onder avontuurlijke reizigers. Die tijd is voorbij.

Wat Wadi Rum zo anders maakt dan andere woestijnen

De Sahara heeft zandduinen. De Gobi heeft onmetelijkheid. Wadi Rum heeft allebei - en er bovenop nog de meest bizarre rotsformaties op aarde. Het beschermde gebied beslaat zo'n 720 vierkante kilometer en staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst, niet vanwege cultureel erfgoed alleen, maar vanwege de uitzonderlijke combinatie van landschapswaarden en oud menselijk gebruik.

De rotsformaties - jebels in het Arabisch - bestaan uit graniet en zandsteen en zijn door millennia van wind en water uitgehold tot arcades, torens en bogen. De bekendste is de Burdah-boog: een rotsbrug op zo'n 80 meter hoogte die je via een technische scramble kunt bereiken. De kleur van het zand varieert van bleekgeel tot diep okkerrood, afhankelijk van het ijzergehalte in de rots. Dat geeft het landschap een sfeer die nergens anders op aarde terugkomt - het is niet voor niets dat zowel The Martian als Dune hier gefilmd werden.

Trekken, klimmen of off-road rijden

Voor wie avontuur zoekt, zijn er drie manieren om Wadi Rum te ervaren.

Te voet: Meerdaagse trekroutes door de woestijn zijn mogelijk met een lokale gids, waarbij je van kamp naar kamp loopt. Populaire tochten duren twee tot vier dagen en voeren langs Nabateïsche en Thamudiaanse rotstekeningen - sommige duizenden jaren oud. Het vraagt minder technische voorbereiding dan de trekking in Patagonië, maar de hitte en het terrein stellen andere eisen. Wie in het najaar of de lente gaat, heeft het beste van twee werelden.

Klimmen: Wadi Rum geldt als een van de beste rotsklimgebieden buiten Europa. De zandsteen is ruw en biedt veel grip, de routes lopen van beginnersniveau tot technische uitdagingen voor gevorderden. De beste klimmaanden zijn oktober tot en met april.

Jeepsafari: De meest toegankelijke optie voor wie de omvang van het gebied wil ervaren zonder dagenlang te lopen. In twee tot vier uur rijden lokale gidsen je langs de hoofdattracties: de Lawrence of Arabia-bronwel, het Khazali-canyon met rotstekeningen en de duinengebieden in het noorden.

Overnachten bij Bedoeïenen

Het echte hoogtepunt van Wadi Rum is de nacht. Vrijwel alle bezoekers overnachten minstens één nacht in een Bedoeïenenkamp, en dat is niet zomaar een tent neerzetten. De traditionele kampen - sommige eenvoudig, andere comfortabel uitgerust - bieden onderdak in het woestijnzand. 's Avonds wordt er lamsvlees bereid in een ondergrondse zarb-oven: vlees en groenten langzaam gaar gestoomd in de aarde. Als het vuur dooft, begint de eigenlijke attractie.

Wadi Rum heeft zo weinig lichtvervuiling dat je de Melkweg als een fysieke aanwezigheid aan de hemel ervaart. In de herfst en winter zijn ook planeten met het blote oog zichtbaar. Sterrenkijken op dit niveau is vergelijkbaar met wat je in IJsland beleeft tijdens een heldere winternacht - maar in Wadi Rum heb je er ook overdag een spectaculair landschap bij.

Een nacht in een basiskamp kost rond de 35 euro per persoon, inclusief avondmaaltijd en ontbijt. Wie voor de bubble-tent-variant kiest - een transparante koepeltent waarvandaan je rechtstreeks naar de sterren kijkt - betaalt 120 tot 200 euro, afhankelijk van de locatie en het seizoen.

Praktisch: zo plan je je trip naar Wadi Rum

De dichtstbijzijnde stad is Wadi Rum Village, op zo'n 7 kilometer van het beschermde gebied. Vanuit Aqaba aan de Rode Zee is het een uur rijden. Vanuit Amman, de hoofdstad, reken je op 3,5 tot 4 uur. Er rijden minibussen vanuit Aqaba en Petra, maar een huurauto of georganiseerde transfer geeft meer flexibiliteit.

De entree voor het beschermde gebied kost 5 Jordaanse dinar, omgerekend zo'n 6 euro. Tip: combineer de reis met Petra, de roze rotsstad van de Nabateërs, op anderhalf uur rijden naar het noorden. Samen vormen ze de ruggengraat van elke Jordanië-rondreis.

Een Jordaans visum is voor Nederlanders bij aankomst verkrijgbaar op de internationale luchthaven van Amman en via de Jordan Pass, een combiticket dat het visum, de Petra-entree en tientallen andere attracties insluit voor zo'n 70 euro. Dat scheelt flink.

Wanneer ga je voor het beste weer

Wadi Rum kent extreme temperaturen. In de zomer (juni tot augustus) klimt het kwik overdag boven de 40 graden. Goed voor hardnekkige hitte-zoekers, onaangenaam voor wie wil wandelen. De winter (december tot februari) is aangenaam overdag maar kan de temperatuur onder nul zakken - een goed slaapzak is dan geen overbodige luxe.

De beste reisperioden zijn het najaar - oktober en november - en de lente, maart tot mei. Dan liggen de dagtemperaturen tussen de 20 en 28 graden, zijn de nachten fris maar comfortabel, en is de toeristenstroom beperkt. Voor wie twijfelt: de ANWB heeft een handig overzicht van bijzondere vakantiebestemmingen met reisinspiratie per seizoen.

Waarom Wadi Rum méér oplevert dan je verwacht

Wadi Rum is geen bestemming die je aanraadt zonder kanttekeningen. De zomerhitte is echt. Lokale gidsen zijn geen luxe maar een veiligheidseis als je op eigen houtje wil trekken. En wie denkt dat alles hier spotgoedkoop is omdat het het Midden-Oosten is, komt bedrogen uit - de betere kampen kosten net zoveel als een Europese berghutte.

Maar voor wie avontuur zoekt in een landschap dat nergens anders op aarde zijn gelijke heeft, geeft Wadi Rum precies wat het belooft: eindeloze ruimte, stilte die je bijna kunt aanraken en een nachtelijke hemel waarvoor je geen andere bestemming meer nodig hebt. Dat is zeldzaam.

D
Geschreven door Daan Verhoeven Reisschrijver & Avonturier

Daan groeide op met de reisverhalen van zijn opa, die als zeeman de hele wereld had gezien. Op zijn achttiende kocht hij een one-way ticket naar Bangkok en sindsdien heeft hij meer dan vijftig landen bezocht. Hij heeft slecht geslapen in nachtbussen door heel Zuidoost-Azië, verloren gelopen in medina's in Marokko, en zijn paspoort twee keer kwijtgeraakt. Als hij niet aan het schrijven is, droomt hij over zijn volgende bestemming terwijl hij zijn backpack repareert met ducttape.